Roeicommando's
Voor, tijdens en na het roeien is kennis van de volgende commando’s nodig.
- Stuurboord: rechts vanuit de stuurpositie gezien (voor roeier links)
- Bakboord: links vanuit de stuurpositie gezien (voor roeier rechts)
- Boeg: de roeier die het verst voorin de boot zit (het dichtst bij de boegbal)
- Slag: de roeier die het verst achterin de boot zit (van de boegbal af)
- Halen: Roeien (oprijden etc)
- Klapje op: los haaltje (zonder oprijden)
- Strijken: achteruit roeien
- Rondmaken: om beurten halen en strijken met oprijdende bank
- Slippen: bladen licht gedraaid in het water, rustig afremmen snelheid
- Houden: bladen verticaal in het water, fors remmen bootsnelheid
- Light roeien: (lichte kracht): bijv ‘bakboord light’
- Sterk roeien: (sterke kracht): bijv ‘stuurboord sterk’
- Slifferen: bladen plat op het water
- Slagklaar maken: riemen verticaal in het water, bladen net bedekt, Slagklaar: bladen uit het water en klippen), en Af (en dan pas armen naar voren, rug naar voren, oprijden)
- Laat lopen: bladen plat op water bij uitpik
- Tillen gelijk nu
- Draaien met de buik naar… (het vlot of het gebouw).